Compassie - Dalai Lama

Compassie

Blokkeert meditatieve rust niet het meeleven met je medemens?

Meeleven met je medemens, elkaar helpen in nood, mensen die op straat leven opvangen in een kerk, de Barmhartige Samaritaan, Jezus die zijn leven geeft voor de mensen. Het zijn de eerste dingen waar je aan denkt als je je een beeld probeert te vormen van het traditionele christendom. En deze beelden blijken nog steeds een grote aantrekkingskracht uit te oefenen op miljoenen mensen, momenteel vooral in Zuid Oost Azië. Het christendom bloeit daar als nooit tevoren. Heel anders dan in het seculiere Westen, waar de ontkerkelijking al lang heeft toegeslagen en de statistieken van de CBS een steeds duidelijkere marginalisering van het christendom in de maatschappij laten zien.

Mensen die graag in zwart-wit denken en nog heimwee hebben naar ons bijna mythische christelijke verleden, constateren daarbij dan ook graag dat ‘het helpen van elkaar in nood’ met het christendom uit onze maatschappij aan het verdwijnen is. En ze kunnen daarbij op veel medianieuws wijzen: de hebzucht groeit, het egoïsme tiert welig van hoog tot laag in de maatschappij, er vindt een gevaarlijke versplintering plaats tussen maatschappelijke groepen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Je hoort soms mensen keihard roepen: Wat hebben wij nog voor elkaar over!? Een pijnlijke vraag als je om je heen kijkt.

Op zo’n moment is het gerechtvaardigd te vragen of een meditatief leven het meeleven met je medemens bevordert. Meditatie heeft de naam dat het je helpt om ontspannen in het leven te staan. Sluit je je daarmee af van de noden van anderen?

 

Het brede pad

Mensen die opgegroeid zijn in het Westen verwachten wat dit betreft niet veel van het oosterse Boeddhisme. De beelden van de Boeddha, die je momenteel in talloze huiskamers aantreft en die soms ook de tuinen sieren, ademen vooral rust en ontspanning uit. De ogen van de Boeddha zijn vaak gesloten, de blik naar binnen gekeerd, een lichte glimlach om de mond die innerlijke vreugde uitstraalt. Afgesloten van de wereld om je heen? Daar lijkt het op. Ontwijken van wat er in de maatschappij gaande is? Dat zou je kunnen veronderstellen. Maar is dat ook zo?

Ook het boeddhisme kent verschillende stromingen. De meest tot onze verbeelding sprekende vorm is die van de totaal verstilde monnik die diepgaand zijn geest verkent om tot een fundamentele verandering van zijn wezen te komen. In het oosten kent men dit gebeuren als het theravada boeddhisme. De monnik die deze weg gaat volgt ‘het smalle pad’, alleen, in steeds dieper wordende rust en stilte.

Maar dit is maar één weg. Daarnaast bestaat er ook ‘het brede pad’, het mahayana boeddhisme. Een van de sprekendste voorbeelden hiervan is de huidige Dalai Lama, de geestelijke en tot voor kort politieke leider van het Tibetaanse volk. Zijn boodschap, die hij zelf in zijn leven ook altijd in praktijk heeft gebracht, is: ‘Wees vriendelijk waar het mogelijk is. En het is altijd mogelijk.’ Als je hem ontmoet – en hij was vaak ook in Nederland op bezoek – voel je in je hele wezen dat hier iemand staat die vriendelijkheid en compassie als levensmotto heeft. En die meditatie hiervoor als de altijd levende bron ziet: elke morgen om vier uur opstaan, dan mediteren tot acht uur, waarna een gezond ontbijt, eerste ontmoetingen en een drukke werkdag. Vriendelijk, en ook vol compassie.

Om dat als een leefstijl in het westen te promoten heeft de Dalai Lama nooit bezwaar gemaakt om hiernaar ook op wetenschappelijke wijze onderzoek naar te doen. Integendeel. Omdat hij besefte dat resultaten van wetenschappelijk onderzoek voor iemand die in het Westen woont van belang zijn heeft hij zijn leven lang wetenschappelijk onderzoek naar de harde feiten van het brede pad ondersteund. Neurowetenschappers, cognitieve psychologen, bewegingsexperts, lifestyle coaches, sociologen e.a. hebben hier verrassende resultaten geboekt. Inmiddels is ook het brede pad viraal gegaan en het onderwerp geworden van talloze blogs, tweets en slimme apps. In deze blog iets meer er over.  

 

Vrij van lijden

Wat zijn karakteristieken van dit brede pad? In het jaar 2009 werd ik er door verrast. Ik woonde met enkele vrienden een lezing bij van de Dalai Lama in de RAI in Amsterdam. De titel van de lezing was: ‘De kracht van compassie in turbulente tijden’ en de Dalai Lama legde uit dat meditatie, het accepteren van wat er gebeurt zonder de blik af te wenden, de essentiële eerste stap is op weg naar helpend handelen. Als we dit zouden doen zouden de omstandigheden waarin wij leven totaal veranderen.  

Terwijl ik dit na de lezing in alle rust op me liet inwerken barstte er van alle kanten vragen los, die de Dalai Lama rustig en met humor beantwoordde. Het werd duidelijk dat compassie meer betekent dan alleen vriendelijk zijn. In het boeddhisme heeft compassie te maken met de diepe wens mogen dat alle wezens vrij van lijden zijn. Dat geldt voor mensen van wie je houdt, voor mensen tegenover wie je neutraal staat maar ook voor mensen met wie je moeite hebt, die je kwaad willen doen. Ook voor hen wens je dat ze vrij van lijden zijn. Dat is echte compassie.

Terwijl ik dat tot me liet doordringen hoorde ik dat iemand een vraag stelde die de Dalai Lama kennelijk niet begreep. Er ontstond rumoer in de zaal. Iemand had gezegd dat hij een hekel aan zichzelf had en had gevraagd wat daaraan te doen was. De Dalai Lama was stomverbaasd. Een hekel hebben aan jezelf? Daar had hij nog nooit van gehoord. In Tibet hadden ze daar ook geen woord voor. Zelfhaat? Dat is toch niet normaal.

In het gesprek dat volgde werd het een en ander duidelijk over het verschil van onze westerse opvattingen met die van het Tibetaans boeddhisme. Het bleek dat ‘compassie’ in het westen vooral betekent dat iemand wenst dat een ander het goed maakt, waarbij degene die het wenst niet is inbegrepen. De Dalai Lama legde uit dat het woord ‘compassie’ in het Tibetaans en ook in de klassieke talen Pali en Sanskriet betekent dat dit zowel voor de persoon zelf als voor de ander gewenst wordt. Het gaat vooral ook om compassie met jezelf. De westerse talen, voegde de Dalai Lama er aan toe, hebben een nieuw woord nodig: zelf-compassie.

Met een paar vrienden ben ik daarna nog even wat gaan drinken en hebben wij het thema voor onszelf uitgediept. Bij thuiskomst heb ik de volgende eye-openers voor mezelf opgeschreven: ‘Zelf-compassie. Een uitstekende wegwijzer. Niet meer jezelf voortdurend kritisch beoordelen, maar vriendelijk zijn voor jezelf. Niet meer je imperfecties als persoonlijk falen zien, maar als onderdeel van menselijk tekort. Niet meer tobben over je onvolkomenheden, maar gewoon vaststellen dat ze er zijn. Op die manier begint de wens om vrij te zijn van lijden bij jezelf.’

Na een tijdje nadenken had ik er aan toe gevoegd: ‘ En dat past ook heel goed in de joods-christelijke traditie. Toen Jezus gevraagd werd de hele wet van Mozes samen te vatten, herhaalde hij de joodse wijze Hillel: ‘Bemin je naaste als jezelf ’. Die zelf-liefde wordt soms wel eens vergeten door christenen die zich helemaal uitleveren aan anderen om maar goed te doen en daarmee over hun eigen grenzen gaan. Zelf-compassie geeft een betere richting aan: naar jezelf. Van daaruit ontstaat de wens dat anderen ook vrij van lijden zijn.’

 

Empathische onrust

Hersenonderzoekers zijn momenteel ook op dit spoor terecht gekomen. In het boek ‘Meditatie’, waarover ik in mijn vorige blog schreef, geven ze aan dat de kern van compassie gelegen is in empathische zorg: een besef hebben van hoe iemand anders zich voelt en, als de ander pijn heeft en lijdt, bereid zijn de ander te helpen. Het is een eigenschap die ook al in hogere diersoorten voorkomt, maar in de evolutie van de mensheid pas echt tot bloei is gekomen en een van de belangrijkste factoren bleek bij het overleven op deze planeet.

Natuurlijker kan het dus niet. Compassie is normaal, maar ook weer niet helemaal. Het is ook een kunst die we moeten leren. Hersenonderzoekers hebben ontdekt dat niet alle vormen van empathische zorg even gezond zijn en dat geldt met name voor emotionele empathie, waarbij je in je eigen lichaam voelt wat degene die lijdt lijkt te voelen. De amygdala, dat deel van de hersenen dat dreigend gevaar in de omgeving signaleert, wordt dan actief, signaleert gevaar in het eigen lichaam en slaat alarm.

Onderzoekers in het Max Planck Institut in Leipzig ontdekten dit toen zij vrijwilligers die van zichzelf meenden empathisch te zijn schokkende beelden lieten zien van lijdende mensen. Hun hersenen gaven de toestand van de slachtoffers weer alsof het hen zelf overkwam. Daardoor voelden ze zich ontdaan en ontstond er empathische onrust. Ze raakten in de war, wilden er van wegkijken, het leed niet zien. In feite bleek dit een emotionele echo van op zichzelf geprojecteerd leed van de slachtoffers.

De vrijwilligers die met dit experiment verder wilden gaan kregen in het vervolg van het onderzoek naast de gruwelijke beelden ook geluiden te horen van mensen in nood, angstschreeuwen, kinderen die huilden. Dat laatste raakte de vrijwilligers heel diep en zij reageerden er fysiek en emotioneel heftig op. Het kleine groepje vrijwilligers dat toch nog verder wilden gaan kwam aan een emotionele barrière: zij gingen symptomen vertonen van emotionele uitputting. Hun empathische vermogen kwam als een boemerang bij hen terug.

Een belangrijk onderzoek. Want dit geeft ook zicht op wat er momenteel in onze geglobaliseerde wereld plaatsvindt. Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid worden wij via nieuwsmedia dagelijks geconfronteerd met beelden van geweld, pijn en lijden uit alle uithoeken van onze planeet. Wat eeuwen geleden voor ons verborgen zou zijn gebleven, is nu dagelijks voor ons zichtbaar: groepen die in het Midden Oosten met elkaar vechten en elkaar vermoorden, oude mensen die van honger omkomen in Africa, kinderen die huilen.

En we kunnen er nauwelijks onderuit. De media van het ‘nieuwe verkopen’ weten dat juist rampen in onze hersenen de amygdala in werking stellen zodat we wel moeten kijken. En dat creëert - juist omdat we een goed hart hebben - stress, ‘empathische onrust. 

 

Zelf-compassie werkt

Is dit te voorkomen? Om de effecten van meditatie te onderzoeken vroegen de onderzoekers vrijwilligers die al langere tijd mediteerden of die aan eenzelfde experiment wilden meedoen. De resultaten waren indrukwekkend. Omdat deze vrijwilligers geleerd hadden bij zichzelf hun eigen angsten, verdriet of woede waar te nemen en deze te accepteren zonder ze te veroordelen was het resultaat verrassend anders.

De onderzoekers hadden verwacht dat mensen die mediteerden nauwelijks zouden reageren op de pijnlijke beelden of de angstaanjagende geluiden. Zoals verstilde Boeddhabeelden. Maar het omgekeerde bleek waar. De vrijwilligers reageerden juist heel sterk op het lijden van anderen. Kennelijk hadden meditaties hen gevoelig gemaakt voor de gebeurtenissen in en om hen heen. Maar er was een duidelijk verschil: de pieken waren feller, maar ook weer sneller voorbij.

De onderzoekers konden dit gebeuren ook waarnemen in de hersenen. De emotionele ervaringen werden zichtbaar in de pieken van de amygdala en de impulsen tot actie in de nabijgelegen ‘insula’, het gebied in de hersenen dat zintuiglijke prikkels samenvat binnen een emotionele context. De conclusie van de onderzoekers was daarom: empathie verfijnt zich, maar door een meditatieve houding worden mensen er niet door overspoeld. En de bereidheid tot handelen blijft, maar of iemand die mediteert dan ook tot werkelijke actie overgaat hangt van de omstandigheden af. Als er geen mogelijkheid is concreet te helpen houdt iemand die mediteert daar geen tobberijen of schuldgevoel aan over.

De onderzoekers hebben in vraaggesprekken met de deelnemers hierover meer duidelijkheid proberen te krijgen. Een samenvatting van hun conclusie: het is alsof mensen die mediteren de emoties in henzelf sneller en beter kunnen verwerken, er niet door overspoeld raken en er ook niet lang mee blijven tobben. Als de piek voorbij is, kunnen ze zich weer snel ontspannen en staan ze weer in alle rust open voor wat er gaat gebeuren. Hun bereidheid om te helpen blijft wel aanwezig, maar de impulsen tot actie ontstaan pas als er concrete mogelijkheid is om te helpen.

Op deze manier is meditatie ook een daad van zelf-compassie. Door waar te nemen wat er in je en om je heen gebeurt en dat op een milde manier te accepteren blijf je open, empathisch en praktisch reageren op je omgeving, zonder dat je er door meegesleurd wordt. Daarbij kun je natuurlijk nog wel eens uit je slof schieten. Dat konden we onlangs ook nog horen van de Dalai Lama. In een tv-interview, vorig jaar door Adriaan van Dis gehouden, werd de Dalai Lama gevraagd of hij wel eens kwaad werd. Het antwoord van de Dalai Lama was kort en helder: ‘Ja, natuurlijk word ik af en toe kwaad.’ Maar hij voegde er onmiddellijk met een glimlach aan toe: ‘Maar nooit lang!’ Daarom kan de Dalai Lama ook zeggen: ‘Compassie is het ware teken van innerlijke kracht’

 

Reacties zijn welkom via ojas@vgamsterdam.nl