Earth rising

Woorden zoeken voor het mysterie

Hoe vinden we in onze huidige wereldcultuur nog de juiste woorden voor de spirituele dimensie van ons leven? 

In mijn blog van 1 oktober - over de spirituele dimensie van het leven zoals ontwikkeld in de oeroude advaita beweging - gebruikte ik woorden als ‘hrdi’, ‘atman’ en ‘Brahman’ die vroeger veelal vertaald werden met woorden als ‘ziel’, ‘geest’ en ‘God’. Toch heb ik dat niet gedaan, en daar kwamen vragen over. Met name ook van Toos, een jeugdvriendin met wie ik in de jaren ’60 hartstochtelijke gesprekken voerde over de waarde en beperkingen van de christelijke traditie. We probeerden toen onze traditionele, dogmatische bril af te zetten en puur te spreken over de eigen ervaringen die we hadden, waarbij we ons vaak lieten inspireren door wat de muziek, wetenschap, kunst en filosofie ons te zeggen hadden.

 

De werkelijkheid die niet verdwijnt

Al bijna vijftig jaar had ik niets van Toos gehoord, en nu kwamen opeens haar vragen over ‘ziel’, ‘geest’ en ‘God’ op de mail binnen. Ik stuurde haar meteen een reactie. Ik schreef haar hoe fijn ik het zou vinden om haar na al die jaren nog eens te zien en te spreken en stuurde ook als antwoord op haar vragen de volgende mail.

De woorden ‘ziel’, ‘geest’ en ‘God’ konden in de westerse, christelijke traditie lange tijd verwijzen naar het onze intrinsieke aard, ons wezen, de bron van ZIJN, kortom naar het mysterie van het Leven. Maar momenteel leven wij in totaal andere tijden, is de kerk gemarginaliseerd, zijn deze woorden voor ons te veel verbonden met een overleefd dogmatisch- christelijk erfgoed en kunnen we ze bijna niet meer gebruiken.

Maar we moeten het kind niet met het badwater weggooien want ze verwijzen naar een werkelijkheid die nooit verdwijnt. Dus zoeken we – als wij met deze werkelijkheid in aanraking zijn gekomen - naar nieuwe termen om hierover te communiceren met de moderne mens. Dat begint de laatste tijd te lukken. Veel mensen – we kunnen ze ‘nieuwe spirituelen’ noemen – hebben met succes de reis naar binnen gemaakt en zijn met nieuwe, voor ieder herkenbare woorden en verhalen naar buiten gekomen. Hun verhalen er over slaan aan.

Maar we zijn er nog niet. Het zal nog een tijd duren voordat we een gezamenlijke spirituele taal en beelden hebben ontwikkeld. Dus zetten we onze zoektocht voort samen met zoekers van talloze andere godsdienstige stromingen en esoterische wijsheidtradities uit Azië. Maar misschien hoeven we ook niet zo ver weg te kijken. Het mysterie van het leven duikt op veel plaatsen op, vlakbij in onze wereld. In theaters, films, muziek, poëzie. In vernieuwd contact met de natuur in al zijn uitbundige en kwetsbare vormen. En vooral in de wereld van meditatie, gezonde, duurzame leefstijlen en welzijn. Dit tegen het achtergrond van de huidige wereldproblemen. Misschien vinden we zo de GODDELIJKE BRON VAN WEL-ZIJN.

 

Met je hart zien

Toos bleek in de buurt te wonen en we maakten snel een afspraak. Het was heel plezierig elkaar weer te zien en er was natuurlijk ook heel veel te vertellen. Maar op een gegeven moment vonden we toch dat we het ook over woorden als ’ziel’ en ‘God’ moesten hebben. Al snel waren we het hierover eens: vroeger dachten we hierover eigenlijk niet na. Ook niet in onze katholieke opvoeding. We gebruikten de woorden en iedereen leek te weten wat ermee bedoeld was. Ze waren duidelijke bakens op de levenszee, gaven aan hoe we ons leven moesten inrichten. Ik herinner me nog de eerste vragen met antwoorden uit de katholieke catechismus: ‘Waartoe zijn wij op aarde? Om God te dienen en daardoor in de hemel te komen.’ Gewoon van buiten leren, dat is genoeg. ‘Een wie leert ons hoe wij dit moeten doen?’ ‘Onze Moeder de heilige Kerk’. Duidelijk. Het kerkelijk perspectief is helder: we leven kort hier op aarde (pijn, tranendal) en onze ziel gaat na onze dood naar de hemel (heerlijk bij onze familie, de heiligen en God). Daar ligt ons uiteindelijke doel. Voorwaarde: doen wat de kerk je nu zegt en wat door je ouders en omgeving (katholieke zuil) in stand wordt gehouden.

Toos kende mijn vader als een hardwerkende en vrome man. Hij was bekend als smid in het dorp waar we geboren waren en waar de kerk, het ziekenhuis en alle scholen en verenigingen in handen van de kerk waren. Mijn vader was heel kerkelijk. Maar dogmatisch? Hij volgde vaak gewoon wat er in zijn hart opkwam en dat zei hij ook.

Ik vertelde Toos iets opmerkelijks wat me plotseling te binnen schoot: ‘ Ik was de oudste en mijn vader hield erg veel van mij. Van de buren hoorde ik dat mijn vader mij ‘zijn oogappel’ had genoemd. Ik vroeg mijn vader wat hij daarmee bedoelde en toen keek hij me lang en lief aan en zei: ‘Ik zie je met mijn hart en dan zie ik alles en ben je zo mooi.’ ‘Ik weet niet of ik mijn vader toen begreep, maar greep erop terug toen ik een paar weken later met mijn vader bij de oogarts was. Al heel jong moest ik een bril dragen en voortdurend op controle. Toen de nieuwe bril was aangemeten bood de oogarts mijn vader een kopje koffie aan en ze begonnen met elkaar te praten over wat ze bezig hield. Dat kon toen nog! Op een gegeven moment hoorde ik de oogarts zeggen: ‘Weet je, ik heb al zoveel ogen onderzocht. Nu zeggen ze dat de ogen de spiegel van de ziel zijn, maar ik heb nog nooit een ziel gezien!’ Ik herinner me nog hoe hij wat besmuikt zat te lachen en ook mijn vader zweeg. Toen kon ik het niet meer houden en zei dapper: ‘Dokter, u kijkt verkeerd. U moet gewoon met uw hart kijken dan ziet u de ziel.’

Fout, dat had ik niet moeten zeggen. Maar het was eruit gefloept. De oogarts zei niets meer en mijn vader iets van ‘sorry’ en ‘ja, mijn zoontje is nogal een wijsneus’. Maar toen we buiten liepen zei mijn vader: ‘ Je moet dingen die ik tegen jou zeg niet zomaar zeggen tegen iedereen. Die moet je voor jezelf, in je hart bewaren tot iemand erom vraagt. Anders krijg je ruzie. En zag je die oogarts niet raar kijken? Die snapte er niets van. Waarom niet? Die heeft gestudeerd en is toen atheïst geworden. ‘  

 

De wetenschappelijke blik

Toen Toos dit hoorde schaterde ze van het lachen. Ja, zo was het vroeger in die katholieke dorpjes. De notabelen – en daar hoorden de oogarts ook bij – wisten samen met de pastoor alles en hadden ook alles over iedereen te vertellen. En de pastoor had dan nog het privilege alles te weten en te mogen beslissen over het hogere, zoals over de ‘ziel’ of ‘God’.

Toos: ‘ Je vader zei eigenlijk iets heel belangrijks over God en de ziel. Vertaald naar onze tijd zei hij eigenlijk: dat zijn mysteries die je niet met je wetenschappelijk onderzoek kunt analyseren. Het analytische feiten-denken is geen geschikt middel om het geheim hiervan bloot te leggen. Daar kun je alleen dichterbij komen als je probeert waar te nemen met je hart. Een wetenschapper die redelijk probeert te denken en te praten komt hier niet aan toe. Die kan bijvoorbeeld de delen van een plant – bloem, blad, stengel, wortel - los op tafel van het lab leggen, misschien het hart van een bloem onder de microscoop leggen, maar ziet hij het geheel van een levend organisme? Hij ziet afzonderlijke dingen, maar niet de glans van het levende geheel. Ik ben het met je vader eens: de goddelijke glans van het leven kun je alleen waarnemen als je met je hart de wereld ziet. Dan zie je hoe mooi je kind is. Je vader had dat door en heeft dat jou ook proberen door te geven.’

‘Een oogarts heeft daarom geen kijk op de ziel. In zijn functie hoeft hij dat ook niet te hebben. En de pastoor? Als die in gesprek zou zijn gegaan met de oogarts was hij begonnen met de kerkelijke definitie van ‘de onsterfelijke ziel, door God geschapen en bestemd voor de eeuwigheid’. Dan had de oogarts geantwoord met: ‘Hoe weet je dat? De ziel is nog nooit wetenschappelijk vastgesteld. In feite bestaat de ziel dus niet.’ En als het over God zou gaan, zou hij hetzelfde gezegd hebben. Dat zou dan een discussie geworden zijn waar ze niet uit waren gekomen. Nog steeds niet.’

 

Nieuw zicht op de materie

Nu ben ik geen pessimist. Op de ijskast hier hangt een wijze tekst van de oude Kung Fu Tze die zegt: ‘In plaats van de duisternis te vervloeken kun je beter een kaars aansteken.’ Toos herkent dit motto ook en begint een tekstje te zingen uit Anthem, een lied van de bekende zanger Leonard Cohen: ‘there is a crack in everything, that’s where the light comes in.’ We lachen en zijn het er over eens: al is het nog zo donker, er moet overal nog een lichtpuntje te vinden zijn.

We besluiten even onder te duiken in de donkere materie. Duister? Vroeger was dat duisternis en de kerken hebben eeuwen lang mensen opgeroepen de materiële wereld los te laten om op te stijgen naar het licht, het hogere, het hemelse. Maar heeft de wetenschap ook niet licht aangebracht in de materie? Toen de wetenschap zich echt ging verdiepen in de materie bleek deze niet zomaar ‘het duistere en lagere’, maar een enorm bewegend geheel van vitale levenskrachten, een samenspel van ogenschijnlijk tegengestelde krachten als uitspattende elektromagnetische velden en een alles samenballende zwaartekracht. Vergelijkbaar met de altijd mistig gebleven oerkrachten die de Chinezen de namen Yang en Yin gaven, maar nu meetbaar als vibraties en trillingen. Voeg daaraan toe dat Einstein ontdekte dat energie niets meer maar ook niets minder is dan materie in een enorme versnelling, dan zijn we bij een totaal andere blik op materie en de materiële wereld. Dat raakte ook diegenen die spirituele tradities wilden vernieuwen. Bij de theosofen, die graag meegingen met nieuwe ontdekkingen van de wetenschap, kwamen begrippen als ‘nieuwe dimensies van de werkelijkheid’, ‘fijnstoffelijke wereld’ en ‘energievelden’ weer in zwang. Dat laatste ook om de Oosterse kennis van aura’s en energiesystemen in onze wereld te introduceren.

Maar de wetenschap ging verder en kwam – met name in de kwantumfysica - met totaal andere, nieuwe gezichtspunten. De bekende kwantumfysicus Heisenberg ontdekte nu bijna honderd jaar geleden dat de zogenaamde ‘objectieve werkelijkheid van de wetenschap’ niet bestond, omdat waarneming en bewustzijn een fundamentele rol spelen bij het onderzoek. Hij kon bewijzen dat subatomaire gebeurtenissen altijd door waarneming beïnvloed worden. ‘We denken altijd in paren van tegenstellingen die nooit tegelijkertijd vastgesteld kunnen worden en daarom is ons denken altijd onzeker.’ Om een voorbeeld te geven: de precieze plaats en de exacte beweging van een subatomaire gebeurtenis kan bijvoorbeeld nooit tegelijkertijd worden vastgesteld. 

Als Toos dit hoort reageert ze met: ‘Fantastisch dat nu ook de wetenschap ontdekt heeft dat ons denken altijd ‘dualistisch’ is. Dat is toch ook al duidelijk geworden in de advaita traditie waarover je in je vorige blok schreef. Maar is daarmee ook het inzicht in de eenheid van alles, het a-dvaita van de werkelijkheid, van de baan?’ Toos kon ook vroeger haar vragen scherp formuleren en meestal wist ik er niet direct antwoord op. Maar deze keer schoot me iets te binnen. ‘Ergens in de jaren ’80 was de beroemde kwantumfysicus David Bohm uitgenodigd in Amsterdam. We luisterden in de bomvolle zaal van Felix Meritis naar zijn betoog over de ‘impliciete orde’ van alle dingen. Wat hij beweerde was dat wetenschappelijk was vastgesteld dat achter alle verschijnselen een ononderbroken geheel ligt dat alles met alles verbindt. En die alles-verbindende-impliciete-orde is niet alleen iets ruimtelijks maar vindt ook in de tijd plaats. Ik herinner me zijn slotzin die erg veel indruk op me maakte: uiteindelijk vallen ook alle momenten in de tijd samen. Daarom is NU de eeuwigheid.’

 

Rising Earth

We zijn het er over eens dat de moderne wetenschap ons heel veel nieuwe inzichten heeft gegeven en ook begrippen en woorden heeft gevonden die een diepere dimensie van het leven aanduiden. Wetenschap hoeft niet meer zo tegenover religie en spiritualiteit te staan als vroeger gemeend werd. Dat is natuurlijk wel met schokken gegaan, want traditionele religies hebben met hun begrippen en verhalen diepe sporen in ons en onze cultuur getrokken en die verdwijnen niet zo maar.

Ík herinner me de foto ‘rising earth’ die in de kerstdagen van 1968 vanuit het ruimtevaartuig Apollo 8 gemaakt werd. Fascinerend. Onze aarde, een kleine blauwe parel in een oneindig lijkend donker universum. Die foto heeft een aantal jaren in mijn kamer gehangen en iedere keer dat ik er naar keek verdiepte zich het besef: wat zijn wij kwetsbaar. De aarde is onze leefsfeer, de moeder van alle leven. Zijn we nu moeder aarde vergeten in ruil voor vader God? Theologische afspraken die gemaakt waren over God kwamen in een nieuw licht. Onze vader die in de hemel zijt…hoog in de hemel boven ons? Maar waar is boven, waar onder? Moeten we niet ophouden God als een persoonlijk wezen ver boven ons in de hemelte projecteren? God is in ons hart en om ons heen. Jezus zei het al. Waarom dringt dat nu pas bij ons door?

Toen ik er met Toos over sprak zei zij: ‘Misschien wel omdat we door die dominante wetenschap zo rationeel en zakelijk zijn geworden. Want de wetenschap heeft ons wel veel goeds gebracht, we zijn welvarender geworden, onze materiële wereld is enorm verbeterd, ook wereldwijd. Daar mogen we van genieten, maar deze welvaart heeft ook schaduwzijden. Ondanks de paar wetenschappers die jij noemde en die het anders zagen, is ons leven behoorlijk ontzield geraakt en leven we gestresst in een maatschappij vol conflicten, als een kleine planeet hangend in een heelal dat absoluut geen antwoord geeft op onze vragen. We zijn wel rijk, maar over de zin van ons leven in een donkere, uitdijende kosmos geeft de wetenschap weinig uitsluitsel’.

 

There is a crack in everything…

Ik vraag Toos of ze nog een keer het liedje wil zingen: there is a crack in everything… Ze probeert het opnieuw en het lukt haar, maar de vraag blijft natuurlijk of we ook echt licht zien dat door de barsten van onze wereld heendringt? Er zijn natuurlijk mensen die in de huidige crisis teruggrijpen op oude godsdienstige vormen. In Amerika zijn het de fundamentalistische Evangelicals die weer bomvolle kerken trekken, in Azië en ook Europa beleven groepen fundamentalistische islamieten zoals de salafisten een opbloei, in India groeien de bewegingen van de fundamentalistische Hindoes. Wordt dit ook hier de toekomst?

Als we rondkijken in Nederland is dit fundamentalistische gebeuren niet de mainstream. Het dogmatische denken heeft zijn beste tijd gehad en - met een paar uitzonderingen - blijven de kerken leeglopen. De spirituele bewegingen vinden in een andere bedding plaats. Want waar worden nieuwe spirituele ervaringen opgedaan? Waar vinden gesprekken plaats over de zin van het leven? Waar vinden mensen de tijd om rustig en ontspannen in te keren en de vraag te onderzoeken wie ze werkelijk zijn? In onze welvarende wereld is dat de dimensie van wel-zijn.

Welzijn is een begrip dat buiten de economie staat. Als je je ‘wel bevindt’ betekent dit dat ook je immateriële dimensie okay is, dat het geestelijk, lichamelijk en sociaal goed met je gaat. En als het in deze zin niet goed met je gaat? Dan kom je in de wereld van de leefstijl counselors en coaches, van psychiaters, psychologen, therapeuten en neurowetenschappers. Maar ook in de wereld van trainers op het gebied van yoga, qigong en meditatie. Het is de wereld van rust, ontspanning, bewust en aandachtig ademen, gronding, gezondheidsprikkels, energie. In deze wereld ontstaan talloze nieuwe methodes om tot een gezond fysiek en spiritueel leven te komen. Hier ontstaan ook begrippen over nieuwe dimensies en het uiteindelijke mysterie van het leven. En als hier nog een enkele maal woorden als ‘ziel’, ‘geest’ of ‘God’ gebruikt worden, dan is dat in een totaal nieuwe context.

 

Stil staan in verwondering

Is dit het? Toos is het met me eens. En hier is ook echt behoefte aan. Terwijl we overdag een groot deel van onze tijd zittend achter een screen doorbrengen – tv, computer, smartphone, noem maar op – krijgen we steeds meer behoefte om los te komen van de stoel, te bewegen, frisse lucht in te ademen en onze zintuigen weer te gebruiken. Dan voel je plotseling wat het echte leven je te bieden heeft. En dan kom je ook gemakkelijker tot zelfreflectie en meditatie. Geen wonder dat er iedere dag meer cursussen en traingen op dit gebied bij komen. Maar volgens Toos is het wel een enorme markt waarin je soms niet kunt ophouden ‘spiritueel te blijven shoppen’. De ene cursus na de andere.

Toos vraagt mij wat ik als de kern zie en ik noem het woord ‘verwondering’. Stilstaan in verwondering over het mysterie van het leven, gewoon in het leven van alledag.

We nemen afscheid en al een paar dagen later belt ze me heel onverwacht. Ze heeft iets prachtigs meegemaakt en dat wil ze mij vertellen: ‘Mijn vriendin Angeline heeft een tweeling gekregen. Zo mooi! We hebben samen bij het wiegje gestaan en ik kan bijna niet vertellen hoe diep het me raakte. Twee van die wonderlijke wezentjes, slapend , prachtige kopjes boven de dekens, af en toe kleine geluidjes, handjes en voeten die bewegen, pas geboren en zo puur. We vergaten helemaal de tijd tot een van hen luid moest gapen. Angeline en ik hebben elkaar toen stralend aangekeken en elkaar omhelsd. Maar praten konden we even niet. Zo mooi, zo wonderlijk.’

Dit gaf mij ook een diep gevoel van vreugde en het enige dat ik kon zeggen was: ‘Toos, je hebt echt iets met je hart gezien. Dat is het leven. Wees er stil bij. Geniet er van.’   

 

Reacties zijn welkom via ojas@vgamsterdam.nl.

programma

levensverhalen
17 november 2019