Denkstress

De lichtheid van het bestaan

Als ik niets doe begin ik altijd zwaar te piekeren. Waarom?

Iedereen heeft er last van. Onlangs hoorde ik op de tv een schrijver die vertelde hoe hij altijd in een gat terecht kwam als hij klaar was met een artikel. Even niets doen? Vergeet het maar. ‘Ik word dan altijd heel onrustig en wil meteen weer met iets nieuws beginnen. Als ik niets doe word ik gek.’ Vroeger, in the good old days, bereidde ik mensen voor op hun pensioen en maakte interviews met gepensioneerden voor een cursus ‘Pensioen in zicht.’ Wat me tijdens de interviews opviel was de onrust die mensen hadden als ze eenmaal met pensioen waren. ‘lk kon geen moment stil zitten en kreeg ruzie met mijn vrouw omdat ik haar alles uit handen wilde nemen,’ vertelde iemand me die zijn leven lang in de bouw had gewerkt.

Echt niets doen en tot rust komen blijkt een hele kunst. Dat besefte ik eens toen een goede vriend van mij ziek werd op de derde dag van zijn vakantie. Hij had een zware baan waar hij persoonlijk veel problemen mee had. Vakantie zou hem misschien helpen en daarom was hij met zijn gezin naar een klein dorpje in Frankrijk vertrokken waar hij eigen huisje had. Daar hoopte hij rustig te kunnen nadenken over wat hij wilde met zijn leven. Maar het omgekeerde gebeurde: juist toen kwam alle onrust en problematiek van zijn werk als een lawine op hem af. Zijn vrouw belde me en vertelde me hoe de stilte hem te veel was geworden en ze een ambulance hadden moeten bellen omdat hij een hartaanval had gekregen. Gelukkig liep het goed met hem af, maar later vertelde hij hoe hij zwaar begon te piekeren over zijn werk op het moment dat iedereen dacht: eindelijk heeft hij rust.

 

Het lastige zelf

Zelf merkte ik ook dat, toen ik met meditatie begon, dit absoluut geen garantie was voor rust en ontspanning. Integendeel. Na een unieke en veelbelovende start in India die een omslag in mijn leven betekende, bleek het hier in het Westen met een vol werkprogramma niet gemakkelijk vol te houden. Al spoedig werd me duidelijk dat er nog veel moest gebeuren wilde ik werkelijk in staat zijn aandacht bij mijn ademhaling te houden. Het bleek helemaal niet zo eenvoudig in de geconcentreerd stilte te blijven omdat er, juist als ik goed en wel begonnen was, van alle kanten gedachten opdoken. ‘Ik moet straks nog iemand bellen, niet vergeten,’ ging het dan door me heen. En die gedachte bleef plakken. En hups, even later: ‘Wat een nare opmerking was dat van die collega. Dat voelt niet goed. Morgen moet ik dat uitpraten met hem, want dit hoef ik niet te pikken.’ Zo’n gedachte kon een kettingreactie worden die mij minutenlang of soms de hele meditatie bezig hield.

Af en toe kon ik zo’n gedachte dan nog wel gewaar worden, maar vaak slokte zo’n set emotioneel geladen gedachten mijn hele aandacht op en kon ik er pas van loskomen als de meditatie was afgelopen. ‘Weer lekker wat tijd verknoeid,’spotte ik dan tegen mezelf. En ik wist toen niet hoe er mee om te gaan.

Ik werd hier aan herinnerd toen ik onlangs een mail kreeg van iemand die me vroeg waarom hij altijd zo zwaar aan het piekeren sloeg als hij probeerde te mediteren. In de toelichting op die vraag schreef hij: ‘Soms, als ik stil word, ontstaat er iets in mijn hoofd waar ik niet omheen kan. En dan begint het piekeren. Een kleinigheidje kan dan uitgroeien tot een heel verhaal dat me helemaal opslorpt. Een enkele keer ben ik dan de ster in mijn verhaal. Maar meestal gaat het over dat wat me dwars zit, over problemen die ik nog niet opgelost heb, over moeilijkheden in mijn werk of met mijn relatie. Dan duiken mijn zorgen aan de horizon op en juist omdat ik niets anders te doen heb, krijgen die de kans uit te groeien tot zware donderwolken en een hele storm die over me heen plenst. Dan denk ik: was ik maar niet met meditatie begonnen. Het wordt zo alleen maar erger. Waarom gebeurt dat zo bij mij?Is daar ook een fysieke verklaring voor te vinden?’

 

Twee centra in de hersenen

In het boek ‘Meditatie’ , dat ik ook in mijn vorige blogs aanhaalde, ben ik aan het zoeken geweest naar het fysieke proces dat hier een verklaring voor moet geven. Het blijkt dat jaren geleden de neurowetenschapper Marcus Raichle van de Washington University in St. Louis zich hierover ook al had opgewonden. Want hij wilde bewijzen dat door niets te doen de activiteiten van de hersenen afnamen. Maar het tegendeel bleek waar. Niets doen maakte een groot deel van met name de middenhersenen juist heel actief.

Hij deed een groot aantal proeven met vrijwilligers, en als de proefpersonen opdracht kregen om heel ingewikkelde hoofdberekeningen te maken was het voorste deel van de hersenen, de prefrontale cortex, heel actief en de middenhersenen rustig. Maar dat veranderde onmiddellijk als er geen werk meer te doen was voor de prefrontale cortex. Dan werden de middenhersenen actief en begonnen duidelijke signalen af te geven.

Door interviews met de proefpersonen werd hem duidelijk dat het gebied van de prefrontale cortex vooral actief was als er complexe taken te doen waren waarvoor inspanning, concentratie en inzet nodig was. Maar dat het gebied van de middenhersenen actief werd als er ‘niets te doen’ was en de proefpersoon zich rustig en ontspannen begonnen te voelen. Dan doken er schijnbaar uit het niets vragen op die met het persoonlijke en biografische ‘ik’ te doen hadden en op het ‘mij’ gericht waren. Marcus Raichle: ‘De proefpersonen vertelden dat er op zulke ontspannen momenten fragmentarische herinneringen naar boven kwamen van hun eigen leven, verwachtingen, dromen en plannen waarin zij een hoofdrol speelden. Ze zagen dan hun favoriete of juist meest verontrustende scènes voorbij komen en herschreven die zo dat hun ‘ik’ daarin centraal kwam staan.’

Marcus Raichle deed verder onderzoek in dit middengedeelte van de hersenen en ontdekte hier een netwerk van zenuwen dat een knooppunt was naar zowel de prefrontale cortex als het limbische systeem die betrokken is bij onze emoties en persoonlijke motivaties. Dit door hem ontdekte netwerk van zenuwen noemde hij het ‘default centre, het ‘terugval centrum’ dat actief wordt als we in onze prefrontale cortex niets te doen hebben.

 

Constant verbruik van zuurstof

Het bleef wel een raadsel waarom er altijd een van beide hersencentra actief was. De enige verklaring die hij hiervoor kon vinden was: het gelijk blijvende gebruik van zuursof in de hersenen. In het rapport hierover schreef hij: ‘De hersenen maken slechts 2 procent van de totale lichaamsmassa uit, maar ze gebruiken, gemeten naar de zuurstofconsumptie, ongeveer 20 procent van alle energie. En dat zuurstofverbruik blijft min of meer constant, ongeacht wat we doen, en ook als we helemaal niets doen. Het lijkt er op dat de hersenen als we ons ontspannen even hard aan het werk zijn als wanneer we iets mentaal veeleisends doen. De energie die op dat moment niet nodig is voor de prefrontale cortex wordt gebruikt om juist de middenhersenen te activeren.’

Dit verschuiven van verbruik van zuurstof in de hersenen geeft een goede fysieke verklaring voor gebeurtenissen die ik in het begin van deze blog beschreef. Toen mijn vriend met zijn gezin in Frankrijk was aangekomen voor vakantie hoefde hij niet meer mentaal bezig te zijn met de ingewikkelde technische vragen van zijn zware baan en kon zich ontspannen. Maar op dat moment werd zijn default centre actief en begonnen er in zijn hoofd vragen rond te spoken over zijn persoonlijke problemen met die baan, het venijn van zijn collega’s, zijn ‘ik’ dat in die baan niet aan zijn trekken kon komen, zijn angsten om ontslagen te worden. Dat werd teveel voor hem en zijn hart kon het even niet meer aan.

 

Je aandacht verschuiven

Vipassana meditatie zou hem op dat moment hebben geholpen, want dat is een uitstekende manier om tot ontspanning te komen zonder dat we ons identificeren met wat er in het default centre aan gedachten en emoties op komt. Datgene wat met ‘ik’ en ‘mijn’ te maken heeft,wordt niet uitgeschakeld, maar krijgt niet veel aandacht en kan soms helemaal uit het aandachtsveld verdwijnen. De aandacht wordt immers zoveel mogelijk geconcentreerd op iets ogenschijnlijk simpels: de ademhaling. Maar dat maakt alle verschil.  

Dat heb ik een keer aan den lijve ervaren in de ashram van mijn spirituele leraar Osho in het Indiase Poona. We zaten ontspannen met enkele duizenden belangstellenden in de Buddhahal te luisteren naar een ochtendlezing, toen ik onverwacht heftige tandpijn kreeg. Mijn eerste reactie was: weg hier, maar zag dat het niet mogelijk was. Bovendien was er juist een paar dagen tevoren gezegd, dat ieder die de Buddhahal tijdens een lezing verliet, drie maanden lang niet terug mocht komen. Orde! Maar ik kreeg steeds heftiger pijnscheuten. Toen begon alles in mijn hoofd te spoken. Een kluwe van gedachten en emoties.’Dit houd ik hier niet vol!’, ‘Waarom moet mij dit juist hier overkomen!?’, ‘Ik ben hier een stoorzender en moet weg zien te komen.’, ‘Nee, want dan mag ik niet meer terug.’, Wanhopig keek ik om me heen. Iedereen in vredige rust. En ik dan? Een en al pijn en lijden. Drama.

Op dat moment hoorde ik dat Osho het onderwerp tandpijn aansneed. Was dat voor mij bedoeld? Mijn oren spitsten zich. Osho legde iets voor mij uit, ik arm slachtoffer van helse pijnen. Dit was voor mij bedoeld. Dus concentratie, zei ik tot mezelf. En het is inderdaad een les geweest die mij mijn leven lang is bijgebleven. Osho legde uit dat pijn en lijden verschillende dingen zijn. Pijn is iets fysieks, dat kan een brandend gevoel zijn, tintelingen, druk, een verzameling felle prikkels van het hier en nu. Maar lijden is iets wat we daar zelf omheen construeren, vol eigen herinneringen aan ons verleden of angstige voorgevoelens over de toekomst. Het lijden, dat uit ons denken en voelen voortkomt, kan de pijn ondragelijk maken. Dan krijgt de pijn een lading die uit ons ‘ik’ voortkomt. Dan ga je je als persoon met de pijn identificeren en wordt het ‘mijn pijn’.

Tandpijn?? Osho zei: ‘Als je onverwacht tandpijn krijgt, verschuif dan je aandacht. Concentreer je op je adem. Gebruik alle energie om je op je adem te concentreren. Geef al je aandacht aan het in- en uitademen, rustig, zonder inspanning. En zie wat er gebeurt: er vindt een omslag plaats. Je ik vol angsten verliest zijn greep er op. Het lijden van het ik verschuift naar de achtergrond. Terwijl je rustig op je adem blijft letten verliest de pijn de zware lading die je er zelf aan geeft en die het tot een ondragelijk lijden maakt.’ ‘Zo ontdek je dat je het alleen zelf bent die het zwaarder maakt. Je kijkt met je pijn in de spiegel en zegt: arme ik, waarom moet mij dat altijd treffen? Zo’n gedachte maakt het alleen maar erger. Blijf bij je adem, ontspan je en laat je gedachten los. De pijn wis je daarmee niet uit. Maar ze wordt dragelijk als iets fysieks. Het is niet meer het ondragelijke gevoel van het denkend ik dat zegt: ‘Ik lijd vreselijk aan tandpijn, mijn lijden is niet uit te houden en niemand helpt me’, maar ‘kijk, tanden doen pijn’. En daar is mee te leven.’

Deze woorden van Osho openden een nieuwe deur. Tijdens de lezing kon ik rustig blijven zitten en zeggen: ‘He, tanden doen pijn.’ Natuurlijk bleven ze een fel, kloppend gevoel geven. Maar het was mogelijk er rustig naar te kijken, niet vanuit mijn ‘default centre’ waarin het altijd over ‘ik’ en ‘mijn’ gaat, maar vanuit een open neutrale aandacht. Het leven was een stuk lichter geworden.

De vijftiende- eeuwse Indiase wijze Vasubandhu zei eens: ‘Zolang je in de greep van het ik blijft, blijf je gevangene van de wereld van het lijden.’ Vijf eeuwen later geven wetenschappers die onderzoek doen op het gebied van contemplatieve neurowetenschap hem gelijk. En mensen die mediteren kunnen vaak uit eigen ervaring zeggen: ‘Meditatie vraagt vooral in het begin veel inspanning en concentratie, maar uiteindelijk wordt de last van het ik minder en het bestaan wordt lichter.’ 

 

Reacties zijn welkom via ojas@vgamsterdam.nl