Lotusbloem

De Lotus - een totaal symbool

In mijn vorige blog vroeg ik suggesties voor een beeld dat ook voor ons nog de kracht en waarde van een meditatief leven op symbolische wijze kon uitdrukken. Er kwamen veel suggesties, en bij deze dank ik ieder daarvoor. Op een aantal kom ik later terug. Wat ik er nu over kan zeggen is dat ze weinig van doen hadden met onze machines, maar voor 80% beelden van de natuur waren. Een boom, een rivier, een berg… het zijn oerbeelden die voor ons op verschillende manieren verwijzen naar het onzegbare dat in meditatie plaatsvindt.

De beelden gaven ook vaak aan dat meditatie in het volle leven plaatsvindt. Er waren weinig beelden die aangaven dat je door meditatie in een soort roze wolk terecht komt, een hemelse bubbel die niets te maken had met het leven van alle dag. Voor mij was dat verrassend want in de jaren ’60 van de vorige eeuw -  de periode van de New Age  - was dit meestal datgene wat men van meditatie verwachtte. Tijden veranderen. Men kwam nu met beelden voor meditatie die ook in de dagelijkse beslommeringen nog zinvol zijn. Een beeld dat vaak werd voorgesteld was het beeld van de lotus, ook in het Oosten een beroemd symbool: wortels  in de modder, maar daarboven, op het watervlak, een mooie open gespreide verstilde bloem. 

 

Knokken met kanker

Een vriendin stuurde me een keer een kaart met een lotusbloem toen ik jaren geleden aan het worstelen was met prostaatkanker. Ik had haar verteld dat de dokter echt oorlogstaal had uitgeslagen: ‘Deze kanker gaan we uitroeien. We zorgen dat er geen spoor van in je lijf aanwezig blijft. We gaan alle middelen inzetten om hem te vernietigen’. Toen ik hem, geschrokken door deze taal, vroeg welke bijdrage ik zelf daaraan kon leveren was zijn antwoord: ‘Knokken, vechten tegen elke kankercel. Verzet je tegen je kanker met alle kracht die je in je hebt. Beeld jezelf in dat er geen enkele kankercel nog in je overblijft. Zie mijn diagnose als een startschot voor een gevecht, waar je pas mee stopt als de ziekte totaal overwonnen is. Duik diep in de modder.’

Het heeft een tijd geduurd voordat ik aan deze aanpak gewend was. Het was een echte War on cancer waartoe ik werd opgeroepen. En ik begreep die taal wel. Zo’n oorlogsmetafoor heeft voordelen: oorlogsretoriek trekt aandacht, werkt motiverend, maakt agressieve emoties los en houdt je bij de les. Maar deze manier van omgaan met kanker heeft ook nadelen: als de vijand niet overwonnen wordt heb ik misschien niet hard genoeg gevochten. En, dat schoot me ook te binnen, misschien is de kanker al grotendeels over, terwijl mijn aandacht nog steeds bij vechten is en ik nog steeds aan het knokken ben in de modder.

Ik heb de dokter gevraagd me tijd te gunnen om aan mij over te laten hoe ik hiermee wilde omgaan. Hij gaf me zijn voorwaarden en die accepteerde ik. Toen kon ik naar huis met het idee dat ik in ieder geval diep in de modder zat, maar dat ik er ook op eigen manier – natuurlijk ook met de hulp van de arts – uit zou kunnen komen. Uiteindelijk is het me gelukt. Het werd een gelukkige combinatie van vechten in de modder, waarin de kanker mijn organisme had gestort, en diep ademen, telkens naar het licht gaan en me openen voor de volle zon. Toen de kuur voorbij was voelde ik dat er weer veel geleerd was: ook in de modder liggen lessen verborgen. En als je die vindt kun je pas echt gaan bloeien.

 

De vierde weg

Onlangs vertelde iemand me dat deze weg al langere tijd ook in het Westen bekend was. Al in de vorige eeuw was die uitvoerig besproken in teksten van een Russische wiskundige en filosoof P. D. Ouspensky. Die was in de leer geweest bij de Armeense spirituele leraar Gurdjieff maar had ermee gebroken. Na de breuk begon Ouspensky mensen op te leiden in wat hij ‘de Vierde Weg’ noemde. Wat waren de drie andere wegen? Ouspensky gaf daar duidelijk inzicht in. De Eerste Weg was voor hem de weg van de ‘fakir’, de asceet die met wilskracht probeerde zijn lichaam en instincten in bedwang te houden om snel tot hogere dimensies te kunnen opstijgen. Maar er was altijd ook een Tweede Weg beoefend: die van de monniken die in hun hart liefde voor God en de medemens lieten opbloeien. En tenslotte was er de Derde Weg, die van de Jnana Yogi die zich helemaal concentreerde op het overstijgen van zijn denkgeest.

Volgens Ouspensky waren deze drie wegen waardevol geweest, maar ze hadden ook alle een duidelijke schaduwzijde: afscheiding van het geheel. Bij hen ontbrak de natuurlijke eenheid van lichaam, hart en denken. Het één ging altijd ten koste van het andere. Bij geen van deze wegen was het mogelijk zowel het fysieke, het emotionele en mentale als één harmonieus geheel te beleven. En het was juist die natuurlijke eenheid van het hele organisme in zijn omgeving die Ouspensky met zijn ‘Vierde Weg’ wilde oefenen. 

Hoe? Het was nieuw, ook voor Ouspensky. Maar hij postuleerde dat een mens altijd in een staat van ‘milde aandacht op alle niveaus’ zou kunnen zijn. Zintuiglijke gewaarwordingen? Daar kon je bewust aandacht aan geven. Overlevingsinstincten, positieve en negatieve emoties? Met aandacht kon je hen laten doen waarvoor ze van nature bedoeld waren, zonder dat je er zelf door overrompeld werd. En je denkgeest? Ook die kon waargenomen worden.

Zijn motto werd: geef milde aandacht aan alles wat er in je en om je heen gebeurt.

 

Bloeien in de modder

Aan deze  wijze lessen van Ouspensky moest ik denken toen ik in de mail van een vriend het beeld van de lotus toegezonden kreeg met een opmerking die ik hier graag herhaal: ‘De bloeiende lotus is voor mij de mooiste metafoor van echte meditatie. Daar is modder en bloem, en die staan met elkaar in verbinding. We hoeven immers niet arrogant altijd in een soort hemels visioen rond te dwalen als we meditatief leven. De pijnen en ellende van het dagelijkse leven mogen best gevoeld worden. Ze zijn er en het is arrogant te menen dat je je daarvan moet distantiëren om te laten zien dat je door je meditaties in een bubbel van geluk verkeert. Tegelijkertijd hoef je je natuurlijk niet rond te wentelen in de modder. Die is eerder bedoeld als groeigrond en de bloem die er uiteindelijk uit tevoorschijn komt kan daar ver boven uitstijgen. Zoals een lotus, rustend op het wateroppervlak. Maar wel gegrond, geworteld in de modder. Dat is pas echte meditatie. Dat is pas echt leven.’

 

Reacties zijn welkom via ojas@vgamsterdam.nl

programma