Meditatie in een nieuwe beeldcultuur

Meditatie in een nieuwe beeldcultuur

Is het niet beter goede spirituele boeken te lezen dan te focussen op beelden?

Er was een tijd dat het lezen van goede boeken hoorde bij geestelijke groei. Want juist goede schrijvers konden ons op een subtiele manier de weg wijzen naar de bron in onszelf. Een boek kon je op een rustig moment lezen en af en toe laten rusten om het boeiende gedachtegoed binnen te laten.

Zo is het ook nog steeds met teksten. Schrijvers kunnen je dieper raken dan bijvoorbeeld beelden. Dat hoor je vaak van mensen die een boek hebben gelezen en daarna de verfilming van dat boek zien. De verfilming is vaak een tegenvaller. Het oorspronkelijke boek had veel meer indruk gemaakt, misschien wel omdat bij het lezen van een tekst je eigen verbeelding veel meer meespeelt. In een film wordt dat voor je gedaan, waardoor je zelf niet meer zo actief betrokken bent bij het gebeuren en er dus minder van opsteekt.

Toch zijn wij momenteel terecht gekomen in een cultuur waarin woorden het dreigen te verliezen van beelden. We worden overspoeld met films, documentaires, games en reclames waarin vooral gecommuniceerd wordt met beelden. Wat is hier aan de hand? En wat betekent het voor ons als we willen communiceren over meditatie? Ophouden met schrijven?

 

Woorden als metaforen

Eerst iets over de kracht van woorden. De verbeeldingskracht van woorden is altijd bekend geweest en geldt nog steeds. Vooral dichters zijn in staat woorden uit te tillen boven hun normale betekenis en ze te laten verwijzen naar datgene wat de letterlijke betekenis van een woord te boven gaat. Woorden worden zo ‘metaforen’, ze krijgen zo een figuurlijke betekenis. Dichters kunnen dat omdat zij niet ‘rationeel’, volgens afgesproken definities hoeven te communiceren. Zij mogen woorden in een nieuwe context plaatsen en er zo een nieuwe betekenis aan geven.  Als zij – om een wat wonderlijk voorbeeld te geven - een kameel schommelend in de woestijn zien lopen en dan aan een schommelde boot denken kunnen zij schrijven: ‘een kameel is een schip in de woestijn’. Iedereen begrijpt dat. Ook rationalisten beseffen dat een kameel geen schip is en zeggen dan: ‘Leuk gevonden, dat schommelen lijkt op het schommelen van onze boten.’  

Ons dagelijks leven is vol van deze metaforen. Bijvoorbeeld, als je moe bent, zeg je gemakkelijk ‘mijn batterij is op’, ‘ik moet me even opladen’, ‘even bijtanken’. Iedereen begrijpt dat dit niet letterlijk verstaan moet worden. Bijtanken? Je bent toch geen auto. Opladen? Je bent toch geen batterij. Nee, natuurlijk niet. Dit moet je figuurlijk verstaan.

Maar dit figuurlijke heeft wel een begrijpbare betekenis. Daarom is het interessant bij deze beeldspraak stil te staan en ons af te vragen waarom we juist deze beelden gebruiken. We ontdekken dan dat we in onze high-tech cultuur er gewend aan zijn geraakt  onszelf te vergelijken met  machines. Daarom kunnen we ook van ons hart zeggen dat het ‘een pomp’ is en van ons brein dat het werkt als een ‘computer’.   

 

Onze nieuwe beeldcultuur

En er valt nog iets anders op. Steeds meer worden in onze cultuur woorden die ergens naar verwijzen meteen verdrongen door het beeld waarnaar ze verwijzen. Het beeld wordt dominant, vaak om commerciële redenen. Dat zie je overal, maar vooral in reclames. Moe? Even je batterij opladen? De woorden flitsen voorbij op een billboard. Dan verschijnt er onmiddellijk een energetisch spetterende batterij in beeld. En meteen ook de aansporing: koop zo’n batterij!

Vreemd. Je vermoeidheid wordt misbruikt om een batterij te kopen. En dat bijna zonder woorden. Een combinatie van een paar woorden en grote, overdonderende beelden doen het werk. Een vriend zei me onlangs hierover: ‘De commercie is ons hele leven aan het beheersen, en ze doet dat met geraffineerde beelden. Je leest iets en voordat je iets kunt zeggen of denken, hebben die beelden je al te pakken. Wat doen woorden dan nog? We maken een bijna onstuitbare ‘inflatie van het woord’ mee, en een hypotrofie van het beeld. We communiceren steeds meer alleen met beelden.’

Dat zie ik ook bij achterneefjes en nichtjes en de kleinkinderen. Meer en meer communiceren zij met elkaar aan de hand van beelden: een foto van het opstaan, van het tandenpoetsen of van de gang naar school. Dat wordt allemaal gemaakt, gefotoshopt en doorgestuurd naar een vriendje, vriendinnetje, de ouders, de hele familie. Tekstjes er bij? Hoeft niet meer.

Zelf vond ik het aanvankelijk een beetje absurd, al die beelden die je de hele dag van elkaar te zien kreeg. Tot de geboorte van een kleinkind me duidelijk maakte wat er aan de hand was. Al na een paar dagen had ik meer foto’s op mijn mail gekregen dan van mij in mijn hele jeugd gemaakt waren. En momenteel komen ze dagelijks binnen: de kleindochter stralend in de zon in de kinderwagen, poedelen in bad, de eerste stapjes aan de hand van mamma, op het ijs in de sloot met een broertje, een banaan helemaal in je mond proppen, handen vol verf bij het eerste artistieke product dat geleverd wordt. De beelden komen nog dagelijks binnen en ik moet zeggen: het is fantastisch. Dit is het leven op zijn mooist, gefotoshopt, in beelden. Nog nooit heb ik van zo dichtbij het wel en wee van een kleine Boeddha mee mogen maken.  

 

En dit gaat verder. Ook vrienden en vriendinnen vanuit de hele wereld sturen me regelmatig hun laatste ‘selfies’. Met korte tekstjes, in telegramstijl, waardoor ik even mee kan leven met wat zij nu weer meemaken. En dan ben ik nog niet eens een actief lid van Facebook of Instagram. Maar ik hoor er genoeg over. We communiceren vandaag wereldwijd en intiem met elkaar vooral met beelden. Oppervlakkig? Dat zal de toekomst uitwijzen. In ieder geval is mijn gevoel voor de huidige beeldcultuur en ook mijn waardering daarvoor de laatste jaren met sprongen vooruit gegaan. En ik kan er ook echt van genieten.  

Ook nu deze beeldcultuur ons overal prikkelt. Wetenschappers, goededoelenorganisaties, consultants in het bedrijfsleven, reclamejongens en vele andere professionele werkers maken tegenwoordig graag gebruik van beelden als metaforen. In Amsterdam heeft de Vrije Universiteit zelfs een Metaphor Lab opgericht (met 20 werknemers) om het gebruik van beelden in het maatschappelijk verkeer te onderzoeken. Er is in dit opzicht veel werk aan de winkel.

 

Een metafoor voor meditatie?

Het is daarom van belang om ook voor meditatie nieuwe, sprekende beelden te vinden. De mechanistische beeldspraak over je leven als een batterij die af en toe opgeladen moet worden werkt natuurlijk uitstekend in onze prestatiemaatschappij. En de metaforen over onze organen als delen van een machine hebben de afgelopen eeuwen de medische wereld zeker geholpen de werking van onze organen en ziektes in kaart te brengen en operaties objectief te kunnen beschouwen als reparatiewerkzaamheden van onderdelen. Maar gevoel, kwaliteit van leven, meditatie en welzijn zijn zaken waar een machinemetafoor weinig mee kan.

Daarom wil ik in deze blog degenen die dit lezen vragen te helpen er goede metaforen voor te vinden. Als we niets doen vervallen we automatisch (weer zo’n machinemetafoor) in een taalgebruik dat aanzienlijk te kort doet aan de werkelijkheid waarnaar we willen verwijzen. Beelden van machines kunnen niet verwijzen naar onze unieke ervaringen, diepere gevoelens en de meditatieve stilte in onszelf.  

Wat is een goed beeld voor een meditatief leven? Bij deze vraag ik de lezers van mijn blogs hierop te reageren. In een volgende blog, begin september, kom ik er dan graag op terug.  

 

Reacties zijn welkom via ojas@vgamsterdam.nl

programma