Als jezelf

Deel 3 van een serie exclusieve voorpublicaties van het nieuwe boek van Alla Avilova. Het boek draagt de werktitel Hoe ik het Evangelie las: Over het belangrijkste voor niet-religieuzen.

 

‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf’.

Matteüs 22:36-40

 

Dit fragment is één van de bekendste teksten uit het Nieuwe Testament. Het wordt vaak verkort geciteerd als: heb uw God lief  en heb uw naaste lief. Of er wordt maar één deel van het gebod genoemd, meestal het tweede: heb uw naaste lief. In deze vorm klinkt het als een eenvoudige oproep, maar in de brontekst wordt ook nog eens verteld hóe je van God en van je naaste moet houden.

Deze vraag van het ‘hoe’ is allesbepalend, aangezien het niet gaat over een gevoel dat uit zichzelf opkomt. Je zou God met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand liefhebben. (NB: met heel uw verstand! Een bijzondere opgave, toch?) En je zou je naaste liefhebben als zichzelf.

Met het inkorten van het gebod heb uw naaste lief als uzelf  tot de vier woorden verandert zijn betekenis. “Heb uw naaste lief” gaat alleen over de liefde tot die naaste. “Heb uw naaste lief als uzelf” veronderstelt ook liefde voor jezelf. Liefde voor jezelf die niet groter dan die voor anderen moet zijn, maar ook niet minder. Heb uw naaste lief als uzelf: dit gaat over de gelijkwaardigheid tussen jou en alle anderen.

De christelijke kerken onderschrijven een andere houding naar het ik en naar anderen: van anderen houden is goed, van jezelf houden is slecht. Eigenliefde is zelfs één van de grootste zonden in het traditionele christendom. Een rechtgeaarde christen moet niet van zichzelf houden maar zichzelf als een zondaar beschouwen, berouw hebben over zijn zonden en God om vergiffenis en genade vragen. De kerkelijke praktijk bestaat uit de opvoeding, het onderhouden en het bedienen van een dergelijk zelfbewustzijn. Door de hoeders van de kerk wordt het gezien als een goed middel in de strijd tegen de ‘hoogmoed’, oftewel egoïsme in hedendaagse taal.

Iedere psycholoog zal zeggen dat dit een slecht middel is. De gevoelens van schuld en angst voor de straf voor zijn zonden waarmee de christen leeft zijn destructief en destructieve gevoelens hebben nog nooit iemand goed gedaan. Ook zijn ze niet in staat om het egoïsme van een mens te verdelgen. Hiervoor hebben we feitelijk  bewijs: de tweeduizendjarige strijd die het christendom op deze manier met het menselijk egoïsme heeft gevoerd heeft de christenen noch hun nakomelingen minder egoïstisch gemaakt dan de volgers van andere religies.

Ik vertel dit alles slechts om die reden, dat de kerkelijke uitleg over het gebod over de liefde voor onze naasten de algemene voorstelling van zaken is geworden. Bovendien wordt deze voorstelling als de enig juiste en enig mogelijke gezien, hoewel dit gebod in de brontekst  ook een ander begrip van zijn essentie toelaat. Inderdaad waarom staat die vergelijking er: “als jezelf?” In het kerkelijke christendom wordt er geen wezenlijke betekenis aan gehecht. Maar als we dat nu wel doen?

Laten we het gebod heb uw naaste lief als uzelf nog eens in verband brengen met de psychologie van het egoïsme. Het is aan die psychologie eigen om zichzelf ten opzichte van anderen naar voren te schuiven. Egoïsme wil zeggen dat je meer van jezelf houdt dan van anderen, dat je meer aan jezelf dan aan anderen denkt, dat je meer je best doet voor jezelf dan voor anderen. Berouw tonen over zo’n houding naar jezelf toe verandert deze houding niet wezenlijk. Egoïsme kan alleen bij de wortel aangepakt worden als je je bewust op een gelijk niveau stelt met anderen. Deze gelijkmaking is dan ook de essentie van het je naasten liefhebben  als jezelf. Als deze vorm van liefde de gedragingen van mensen begint te bepalen, dan wordt het egoïsme in hun verhoudingen vanzelf geëlimineerd.

Egocentrisme komt voort uit onze natuurlijk neiging om onszelf van de anderen te onderscheiden en af te zonderen en om in onze eigen behoeften te voorzien. Tot op zekere hoogte is egocentrisme eigen aan ons allemaal. Wanneer die zelfgecentreerdheid zijn toppunt bereikt houdt een mens op de werkelijkheid buiten de kring van zijn eigen belangen waar te nemen.

Aangezien egocentrisme het bewustzijn vernauwt, zien alle spirituele tradities het als een obstakel bij het ervaren van de transcendente werkelijkheid en leren ze hun volgelingen daarom om het te overwinnen. Oftewel ze leren de natuurlijke hang naar afzondering van anderen te overwinnen en de eigen persoonlijkheid niet te identificeren met het eigen ego.

Deze ‘leerstelling’ ligt ook besloten in het christelijke Gebod over de liefde, maar ze ligt hierin niet aan de oppervlakte. Vanuit het ene perspectief wordt ze zichtbaar, vanuit een ander niet.

 

Wil je reageren? Schrijf naar blog@vgamsterdam.nl.

(Beeld: Gijs Van Vaerenbergh - Reading Between The Lines (L'église en trompe l'oeil). Foto: Théo Paul)

 

programma

13 december 2020
Leesgroep Meister Eckhart
05 oktober 2020
27 december 2020