Onaanvaardbare kosten

Vrijheid en veiligheid. Ze staan gepaard in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie: “Eenieder heeft recht op vrijheid en veiligheid van zijn persoon.” Maar het paar leeft op gespannen voet samen: om de veiligheid van burgers te waarborgen worden vrijheden van burgers beperkt. Zo brachten Nederlanders afgelopen woensdag een “raadgevende” stem uit over de zo bijgenaamde Sleepwet. Die impliceert onder meer dat de AIVD data mag binnenhalen uit mijn computer, ook al word ik nergens van verdacht. OK, mijn verstuurde en onverstuurde mailtjes aan geliefden mogen de agenten van de geheime dienst in principe niet lezen, zo heb ik begrepen - maar alleen zolang de minister dat niet nodig vindt. 

 

Vrijheid-veiligheid: het lijkt mij een van die gespreksthema’s die in een democratie nooit oud mogen worden. Afgelopen zondag gaf filosoof Matthé Scholten in verband met het gespannen paar de lezing De morele kosten van risicoanalyses in de psychiatrie. Wanneer iemand met een psychiatrische diagnose een geweldsdelict pleegt, lees je in kranten vaak “dat het voorkomen had kunnen worden”. Scholten zou laten zien dat voorkomen inderdaad mogelijk is - maar mensen met psychiatrische aandoeningen zouden daarvoor een prijs moeten betalen die hij onaanvaardbaar hoog vindt. 

Uit zijn verhaal bleek inderdaad dat de psychiatrie meer geweldsdelicten zou kunnen helpen voorkomen. De grote maar is, dat dat niet kan zonder tegelijkertijd het recht op vrijheid van velen ernstig te beperken. Scholten legde uit hoe psychiaters kunnen werken met statistiek gebaseerd op enorme (empirische) dataverzamelingen over mensen met psychiatrische aandoeningen. Die statistiek kan worden ingezet voor risicoanalyses die aangeven of iemand met een psychiatrische diagnose binnen een risicogroep valt van mensen met een verhoogd of hoog risico op geweldspleging. Zulke statistische instrumenten blijken geweld nauwkeuriger te kunnen voorspellen dan het klinische oordeel (al dan niet in combinatie met de statistiek) van de behandelende psychiaters en hun staf. Alleen zullen ze nooit met volle zekerheid kunnen vaststellen of iemand inderdaad geweld zal plegen. Belangrijker nog: het statistische instrument zal onvermijdelijk vele mensen die nooit een geweldsmisdrijf zullen begaan, als “hoog risico” categoriseren. Dat betekent concreet dat, als men in de psychiatrie risicoanalyses zou gebruiken om geweldsdelicten te voorkomen door mensen preventief in een gesloten inrichting te plaatsen, flinke aantallen mensen met een diagnose die nooit een geweldsdelict zouden plegen van hun vrijheid beroofd zouden worden. En bovendien worden met zo’n maatregel nog niet eens alle eventuele incidenten voorkomen. Onaanvaardbaar dus, inderdaad.

Dan vraag ik me vervolgens af wanneer ik het gebruik van statistische instrumenten bij de directe preventie van geweld wél rechtvaardig zou vinden. Afgezien van opsluiting zijn natuurlijk ook andere vrijheidsbeperkende middelen mogelijk of denkbaar. Mensen die nooit geweld gepleegd hebben verplicht stellen tot het volgen van een intensief, misschien wel levenslang therapieprogramma? Onaanvaardbaar. Toestaan dat de politie preventief je verstuurde en onverstuurde e-mails aan geliefden leest? Niet OK.

Scholten refereerde ook aan het gegeven dat mensen vaak banger zijn dan redelijk is voor heel onwaarschijnlijke gebeurtenissen. Bijvoorbeeld voor terroristische aanvallen, overlijden door de gekke-koeienziekte of, dus, geweldsplegingen door mensen met een psychiatrische diagnose. (Dit worden vreesrisico’s genoemd; zie hiervoor het boek Risk Savvy.) Hij is ook van mening dat mensen zich al te vaak voorstellen dat de ‘gewone’ wereld al een veilig paradijs is. Als je daarvan uitgaat raak je natuurlijk al gauw verontwaardigd, of in paniek, als de werkelijkheid minder rooskleurig is. Scholten: "Wanneer we onszelf de vraag stellen of mensen met psychiatrische aandoeningen in de gemeenschap kunnen wonen, zijn we geneigd om het veilige scenario voor te stellen als een soort Teletubbyland waarin je hooguit een keer over een konijn zou kunnen struikelen. Maar dan vergeten we dat er in Nederland voldoende mensen zonder psychiatrische aandoening rondlopen waarvan ik in een drukke kroeg niet graag per ongeluk het zesde biertje zou willen omstoten.”

Vrijheid en veiligheid: het paar is een grondrecht waar een vraagteken achter hoort. Afgelopen zondag werd weer duidelijk dat filosofie op de juiste plekken vraagtekens kan neerzetten. Naar verluid is het verhaal van Scholten bovendien nuttig voor psychiaters, die zich dankzij deze balans duidelijk kunnen uitleggen wanneer zij geen voorstander zijn van het ‘voorkomen’. 

 

De inhoud van de lezing is na te lezen op Bij Nader Inzien, een forum voor filosofische reflectie over maatschappelijke thema’s.

Reageren op deze blog? Schrijf naar blog@vgamsterdam.nl